Inleiding en achtergrond
Begripsbepaling en positie
Onder ‘ziekenhuispsychiatrie’ wordt verstaan ‘alle
psychiatrie die in, of vanuit, het algemeen of academisch ziekenhuis plaats
vindt of hoort plaats te vinden’. Het betreft hier zowel klinische zorg op een
PAAZ, PUK, PMU/MPU, dagklinische zorg, poliklinische zorg en consultatieve
psychiatrie, zowel in het eigen ziekenhuis als aan huisartsen en categorale
instellingen. Bij deze zorg ligt het accent op diagnostiek en doorgaans
kortdurende behandeling bij een populatie die gekenmerkt wordt een grote mate
van psychiatrische en somatische comorbiditeit. Daarnaast vindt diagnostiek en
behandeling plaats bij eerste verwijzingen of opnames in de psychiatrie.
Ziekenhuispsychiatrie binnen de academische setting heeft tenslotte ook
als functie te voorzien in complexe diagnostiek, behandelingen waarvoor een
speciale expertise noodzakelijk is en het verrichten van second opinions.
Binnen de psychiatrie neemt de ziekenhuispsychiatrie om
verschillende redenen een bijzondere positie in. Zij vertegenwoordigt het
specialisme psychiatrie in de setting van de algemene gezondheidszorg, hetgeen
consequenties heeft voor de inbedding en relatie met collega medisch
specialisten. Ziekenhuispsychiaters maken doorgaans deel uit van de medische
staf van algemene en academische ziekenhuizen, kunnen op gelijke voet en onder
gelijke arbeidsvoorwaarden met hun somatisch collega’s samenwerken en
onderhouden goede werkrelaties met deze collega’s. Deze inbedding, alsook de
aard van de werkzaamheden, maakt dat de ziekenhuispsychiatrische zorg verschilt
van die in GGZ instellingen. Daarnaast valt de ziekenhuispsychiatrie op
werkgeversniveau onder de NVZ en NFU, en niet onder GGZ Nederland.
Belang van de ziekenhuispsychiatrie als herkenbaar
aandachtsgebied
In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat de
psychiatrische zorg voor patiënten opgenomen in algemene en academische
ziekenhuizen tekort schiet. Dit was ook de conclusie van het in 2004 door de
inspectie voor de Gezondheidszorg uitgevoerd onderzoek naar de functie
‘ziekenhuispsychiatrie’. Ook de ‘consultatieve psychiatrie’ werd niet
transparant genoemd en bleek kwalitatief zeer divers te zijn. De Inspectie is
voornemens om Raden van Bestuur van ziekenhuizen prestatie-indicatoren op te
leggen met betrekking tot enkele frequente ziekenhuispsychiatrische beelden,
zoals het optreden van een delier.
Het beleid van ‘vermaatschappelijking van de psychiatrie’
heeft als onbedoeld neveneffect gehad dat door verplichte fusie van PAAZ’en met
RGC’s ongeveer de helft van het aantal PAAZ’en als zelfstandige afdeling in het
algemeen ziekenhuis ophield te bestaan, en consultatief psychiatrische diensten
opgeheven werden. Dit heeft niet alleen geleid tot verlies van capaciteit (zowel
wat betreft patiëntenzorg als voor de opleidingscapaciteit), maar ook van
kwaliteit. Daarbij komt dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg reeds in 1999
had vastgesteld dat de somatische zorg in algemeen psychiatrische ziekenhuizen
onder de maat was, en het daardoor zeer de vraag is of de GGZ-instellingen (als
‘opvolgers’ van de APZ-en) in staat zouden zijn de gecombineerde zorg voor
somatisch gecompromitteerde psychiatrische patiënten te bieden.
De opgelopen achterstand vraagt om een actief en pro-actief
beleid vanuit de vereniging dat het best gestalte kan worden gegeven door het
omvormen van de Sectie in een Afdeling, die zich specifiek hiermee zal
bezighouden. Tenslotte is de ziekenhuispsychiatrie een aandachtsgebied dat
internationaal sterk in de belangstelling staat en een snelle ontwikkeling
doormaakt. In veel landen, waaronder de Verenigde Staten, heeft de
ziekenhuispychiatrie om die reden de status van subspecialisatie gekregen. Voor
de verdere ontwikkeling van dit vakgebied is meer autonomie en vrijheid van
belang, zoals dat binnen de status van ‘afdeling’ mogelijk is.
Algemene doelstellingen van de Afdeling
De Afdeling ziekenhuispsychiatrie wil
ziekenhuispsychiatrische belangen in brede zin behartigen. Concreet streeft de
Afdeling volgende punten na:
Algemeen:
- een positieve beeldvorming rondom ziekenhuispsychiatrie
- uitdraging van het belang van een geïntegreerde
biopsychosociale benadering
in de psychiatrie en in de gezondheidszorg in het algemeen
- verdere inhoudelijke ontwikkeling van de
ziekenhuispsychiatrie
- benoeming van een hoogleraar ziekenhuispsychiatrie
- nastreven van één enkel DBC systeem voor de gehele
gezondheidszorg
- bij ontwikkeling van electronische patiëntendossiers
(EPD’s) de mogelijkheid van communicatie tussen de psychiatrie en de somatische
specialismen garanderen.
Belangenbehartiging in engere zin
- participatie in relevante werkgroepen
- advisering van en overleg met het hoofdbestuur inzake
ziekenhuispsychiatrische aangelegenheden
- advisering van en overleg met externe partijen inzake
ziekenhuispsychiatrische aangelegenheden
- herstel van ziekenhuispsychiatrische capaciteit
Interne organisatie:
- een heldere interne communicatiestructuur naar leden
- een zo beperkt mogelijk lidmaatschapsgeld
- een doorzichtig beleid inzake benoeming van bestuursleden
- een goede afstemming met het hoofdbestuur
Opleiding:
- een stevige verankering van de ziekenhuispsychiatrie in
de opleiding
- een interne aantekening ‘ziekenhuispsychiatrie’
- deelcertificaten voor specifieke competenties
Bij- en nascholing:
- organisatie van een periodieke cursus
ziekenhuispsychiatrie
- bijdragen aan het voorjaarscongres van de NVvP
- een jaarlijks najaarssymposium op het terrein van de
ziekenhuispsychiatrie
Onderzoek
- faciliteren en stimuleren van onderzoek
- nastreven van benoeming van een hoogleraar
Ziekenhuispsychiatrie
Kwaliteitbeleid:
- Een coherent en zinvol richtlijnenbeleid op het gebied
van de ziekenhuispsychiatrie
- Het creëren van mogelijkheden tot zelfregulatie binnen
werkgroepen
- Visitatie van stageplaatsen en opleiders
ziekenhuispsychiatrie
Een en ander wordt in onderstaande toegelicht.
Algemene doelstellingen
De afdeling wil zich actief inzetten voor de beeldvorming
en informatievoorziening op het gebied van de ziekenhuispsychiatrie naar buiten
toe. De Afdeling beschouwt zichzelf als specifiek deskundig op de volgende
terreinen:
-
psychiatrische en somatische comorbiditeit (inclusief de domeinen
‘delier’, ‘depressies bij somatische ziekten’, en ‘onbegrepen lichamelijke
klachten’)
-
integrale zorg
-
psychiatrische consultatie in het algemeen en academisch ziekenhuis,
alsook aan huisartsen, verpleeghuizen en categorale instellingen
-
psychiatrisch-medische units (PMU) of medisch-psychiatrische units (MPU)
-
elektroconvulsietherapie
Op deze terreinen zal zij haar deskundigheid graag ter
beschikking stellen van het hoofdbestuur en derden, of de media informeren.
Met name zal de Afdeling zich pro-actief inzetten om de
aandacht voor de relatie tussen psychiatrie en somatische comorbiditeit, en de
deskundigheid op dit terrein te bevorderen en het belang van een geïntegreerde
biopsychosociale benadering in de psychiatrie, maar ook in de algemene
gezondheidszorg benadrukken.
De Afdeling beschouwt verdere zorgontwikkeling ook als haar
taak. Zij ziet zichzelf als forum om ruchtbaarheid te geven aan nieuwe
ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe zorginitiatieven te faciliteren
door middel van het oprichten van werkgroepen die zich hierop toeleggen. De
Nederlandse Werkgroep ter Bevordering van Psychiatrisch-Medische Units (NW-PMU)
is reeds sinds 2004 actief op het terrein van PMU’s; Een werkgroep
‘geïntegreerde zorg’ is in. De benoeming van een hoogleraar
ziekenhuispsychiatrie zou de verder ontwikkeling van zorgmodellen in een
stroomversnelling kunnen brengen.
Belangenbehartiging
De Afdeling wil in brede zin de belangen van de
ziekenhuispsychiatrie binnen de vereniging, maar ook daarbuiten, behartigen. Zij
wil dit doen door te participeren in relevante organen en werkgroepen, het
gevraagd of ongevraagd adviseren van het bestuur van de NVvP, en, in overleg met
dit bestuur, externe partijen, alsook door het beschikbaar stellen van expertise
aan het hoofdbestuur en derden.
DBC GGZ
In het verleden heeft de Sectie op verzoek van de NVvP en
de LWDO de producttypering voor de consultatieve psychiatrie opgesteld ten
behoeve van de DBC-zorg. Momenteel participeert de Sectie op verzoek van het
bestuur van de NVvP in de Landelijke Werkgroep DBC Ontwikkeling (LWDO). In het
recente verleden heeft de Sectie meermalen aandacht gevraagd voor problemen
rondom de implementatie van de DBC GGZ binnen algemene en academische
ziekenhuizen. Recent stelde de NVvP het oprichten van een werkgroep voor om deze
problemen te inventariseren en te zien op wat voor manier de DBC GGZ
vereenvoudigd zou kunnen worden zodat zij ook in de academische en algemene
ziekenhuizen werkbaar wordt.
Nu met deze ontwikkeling het probleem erkend wordt
conformeert de Afdeling zich aan het door het hoofdbestuur vastgestelde beleid.
De Afdeling wil:
- binnen de grenzen hiervan naar een oplossing zoeken die
de DBC GGZ zo werkbaar mogelijk maakt
- streeft naar participatie in alle relevante organen met
betrekking tot de verdere ontwikkeling van DBC’s
- Op termijn steunt de Afdeling het streven naar één enkel
DBC registratiesysteem voor de gehele gezondheidszorg, waarbinnen de psychiatrie
niet verschilt van de andere medische specialismen.
Elektronische patiëntendossiers (EPD’s)
Bij de ontwikkeling van EPD’s streeft de Afdeling naar een
systeem waarbij de psychiater ook drempelloos met dossiers van de somatisch
medisch specialismen kan communiceren. Dit om te voorkomen dat alleen binnen de
GGZ gegevens kunnen worden uitgewisseld en de psychiatrie zich van de somatische
geneeskunde afscheid. Een dergelijk afscheiding is niet in het belang van de
patiënt.
Overigen
Verder streeft de Afdeling naar:
- uitbreiding van het aantal ziekenhuispsychiatrische
voorzieningen
- inbedding hiervan in het algemeen en academisch
ziekenhuis, en niet binnen GGZ instellingen
Externe belangenbehartiging
Belangenbehartiging gebeurt in eerste instantie door de
wetenschappelijke vereniging zijnde de NVvP, en de beroepsorganisaties LAD en de
Orde.
De Afdeling maakt verder onderdeel uit van de Nederlandse
Federatie voor Ziekenhuispsychiatrie (NFZP). Conform het statuut wordt één
bestuurslid van deze federatie op voordracht van de Afdeling
Ziekenhuispsychiatrie geleverd.
Organisatorische aspecten
Communicatie met de leden zal verlopen via de door de
Vereniging aan afdelingen beschikbaar gestelde en vormgegeven website. Deze
website heeft naast een openbaar een besloten deel, gereserveerd voor leden. Dit
besloten deel heeft meerdere interactieve mogelijkheden. Leden worden periodiek
op de hoogte gesteld van ontwikkelingen en bijeenkomsten. Leden kunnen via de
website ook geënquêteerd worden over onderwerpen. De Sectie heeft ruime ervaring
met deze manier van contact houden met de achterban via de mailinglist van de
Sectie die nu al meer dan 10 jaar functioneert en meer dan 290 ‘subscribers’
heeft.
Het lidmaatschapsgeld voor leden wordt zo beperkt mogelijk
gehouden en is slechts bedoeld om de begroting van de Afdeling sluitend te
maken. Lidmaatschap geeft recht op toegang tot het besloten gedeelte van de
website, mogelijkheid tot inspraak via de mailinglist en enquêtemogelijkheden,
en korting op door de Afdeling georganiseerde activiteiten.
Het initiële bestuur zal bestaan uit het huidige
sectiebestuur. Binnen de regels van het nieuwe bestuursplan van de Vereniging
zal een bestuursplan voor de Afdeling worden opgesteld, waaronder een lijst van
aan- en aftreden van bestuursleden. Deze worden in principe voor drie jaar
benoemd, met mogelijkheid van eenmalige herverkiezing, en worden geworven binnen
het ledenbestand.
Opleiding
De Afdeling streeft ernaar dat ziekenhuispsychiatrische
kennis en de mogelijkheid ziekenhuispsychiatrische ervaring op te doen zo goed
mogelijk ingebed zijn in de basisopleiding. Daarnaast wil de Afdeling de
mogelijkheid creëren voor een interne aantekening om zo specifieke expertise op
dit deelgebied aantoonbaar te maken. Voor specialistische behandelingen waarin
niet in elke ziekenhuispsychiatrische setting ervaring kan worden opgedaan
streeft zij naar deelcertificaten.
De plaats van ziekenhuispsychiatrie in de basisopleiding
De Afdeling maakt zich sterk voor een zo breed mogelijke
opname van ziekenhuispsychiatrische kennisvereisten in de eindtermen
basisopleiding. De ziekenhuispsychiatrische setting is bij uitstek geschikt om
assistenten in opleiding tot specialist (AIOS’) de identiteit van de psychiater
als medisch specialist mee te geven. Bovendien is het voor veel AIOS’ de enige
manier om nog enige somatische evaring op te doen en te leren communiceren met
andere medisch specialisten.
Met betrekking tot de opleidingsvereisten formuleerde de
Sectie eerder op verzoek van het Consilium ziektebeeldgebonden eindtermen voor
het aandachtsgebied ziekenhuispsychiatrie. Zij blijft streven naar het opnemen
van breder geformuleerde eindtermen waarin ook niet-ziektebeeldgebonden
eindtermen, zoals algemene aspecten van psychiatrische en somatische
comorbiditeit, de biopsychosociale benadering, concepten van ‘integrale zorg’,
et cetera. Daarnaast is zij een voorstander van het verplicht opnemen van een
ziekenhuispsychiatrische stage in de basisopleiding.
Interne aantekening ‘ziekenhuispsychiatrie’
De Afdeling streeft naar een interne aantekening
‘ziekenhuispsychiatrie’. Gezien de organisatie van de opleiding en de teruggang
in het aantal PAAZ’en krijgt slechts een beperkt deel van de AIOS’ de
gelegenheid om ervaring in de ziekenhuispsychiatrie op te doen. Vanwege deze
beperkte mogelijkheden en het specialistische karakter dat de
ziekenhuispsychiatrie kenmerkt, is de Afdeling er een voorstander van dat
wanneer deze expertise in de opleiding wél is opgedaan, zij ook herkenbaar en
aantoonbaar is in de vorm van een interne aantekening. De Afdeling wil dan ook
de mogelijkheid bestuderen om van het aandachtsgebied ‘ziekenhuispsychiatrie’ op
termijn een interne aantekening te maken.
Voorstellen voor opleidingseisen en
ziekenhuispsychiatrische competenties hiertoe zijn inetrnationaal gepubliceerd
(Tuijl J, Van Waarde J, J Psychosom Res 2005..) en door het Consilium positief
ontvangen, getuige de brief van collega Glas d.d. ….. en de eervolle vermelding
in de categorie ‘onderwijs’ die de Sectie op het afgelopen voorjaarscongres ten
deel viel.
Certificaten voor specifieke vaardigheden
Voor sommige superspecialistische behandelvormen bestaat
weinig mogelijkheid tot het opdoen van ervaring, zelfs in specialistische
ziekenhuispsychiatrische settingen. De afdeling steunt het streven om voor deze
behandelingen een aparte certificering in te voeren. Op vrijwillige basis
gebeurt dit reeds voor elektroconvulsietherapie (ECT). In de Werkgroep ECT
Nederland (WEN) zijn opleidingseisen voor het uitvoeren van ECT vastgesteld.
Wanneer instellingen hieraan voldoen kunnen zij een gestandaardiseerd ECT
certificaat aan de opleideling beschikbaar stellen.
De Afdeling is voorstander van dergelijke deelcertificaten,
op het gebied van de ziekenhuispsychiatrie, maar ook voor andere
aandachtsgebieden. Wanneer de klinische ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven
kunnen dergelijke certificaten worden voorgesteld voor repetitieve transcraniële
magnetische stimulatie (rTMS) en (het instellen van) ‘deep brain stimulation’
(DBS) bij psychiatrische stoornissen.
Bij- en nascholing
Organisatie van bij- en nascholing is een taak van de
Afdeling. Deze wordt op verschillende manieren vorm gegeven:
- Organisatie van symposia, workshops en cursussen op het
voorjaarscongres. De
Sectie heeft de afgelopen jaren
altijd een reeks sessies geleverd voor het VJC, waaronder ook de jaarlijkse
cursus ECT onder auspiciën van de WEN
- Organisatie van een jaarlijks najaarssymposium op het
gebied van de
ziekenhuispsychiatrie. De
sectie organiseert al jaren in de eerste week van November haar jaarlijkse
symposium dat gemiddeld door 100 a 120 mensen bezocht wordt.
- Participatie aan het programma van de jaarlijks door de
NFZP georganiseerde ‘dag
van de ziekenhuispsychiatrie’
- Organisatie van de periodieke cursus
Ziekenhuispsychiatrie, gericht op psychiaters
en AIOSsen. Deze cursus gaat op
12 en 13 Oktober te Amersfoort van start.
Onderzoek
Hoewel de Afdeling geen middelen voor onderzoek ter
beschikking staan zal zij wel het onderzoek in de ziekenhuispsychiatrie
faciliteren en stimuleren. Zij wil dit doen door netwerkvorming te stimuleren,
bijvoorbeeld via de ingestelde werkgroepen (zie hieronder) en door de benoeming
van een hoogleraar ziekenhuispsychiatrie te propageren.
Kwaliteitsbeleid
De Afdeling is voornemens om binnen 1 jaar na installatie
in overleg met betrokken partijen een integraal kwaliteitsplan voor de
ziekenhuispsychiatrie op te stellen. Dit plan moet de kwaliteitseisen voor de
ziekenhuispsychiatrie formuleren, alsmede een overzicht geven van beleidspunten
en acties die nodig zijn om deze kwaliteit te kunnen bereiken.
De Afdeling streeft na dat er richtlijnen geïnitieerd
worden voor de meest voorkomende ziektebeelden en behandelingen binnen de
ziekenhuispsychiatrie. Momenteel zijn er richtlijnen voor ECT en delier.
Volgende richtlijnen zouden opgesteld kunnen worden: ‘de beoordeling en opvang
van suïcidepogers’, ‘onbegrepen lichamelijke klachten’ en ‘depressies bij
patiënten met somatische comorbiditeit’.
De Sectie wil door middel van werkgroepen de betrokkenheid
en verdere ontwikkeling van bepaalde behandelingen en zorgentiteiten initiëren
en stimuleren. Naast de verdere ontwikkeling van zorg worden deze werkgroepen
ook als mogelijkheid ter zelfregulering gezien, en derhalve als een middel om de
kwaliteit te handhaven. Ten dele bestaat binnen de Sectie een dergelijke
infrastructuur reeds voor wat betreft de Werkgroep ECT Nederland (WEN) en de
Nederlandse Werkgroep ter bevordering van PMU’s (NWPMU). Daarnaast wil de
Afdeling het oprichten van nieuwe werkgroepen stimuleren en initiëren. In eerste
instantie wordt daarbij gedacht aan een Werkgroep Geïntegreerde Zorg.
De Werkgroep ECT Nederland (WEN) werd opgericht in
1995 en heeft momenteel 60 leden. De WEN ontwikkelde zich tot een actief forum
voor psychiaters die ECT toepasten en mede daardoor kwamen verschillende
ontwikkelingen op gang. Het leidde onder andere tot een jaarlijkse cursus ECT op
het Voorjaarscongres, tot het verschijnen van het eerste Nederlandstalige boek
over ECT in 1999 en tot een uitgebreider handboek in 2005. De NVvP gaf de WEN
opdracht om een richtlijn ECT te ontwikkelen die in 2000 uitkwam. Toen in 1999
de verplichte registratie van ECT behandelingen in het kader van de Landelijke
Evaluatiecommissie ECT (LEE-registratie) door de Inspectie voor de
Gezondheidszorg opgeheven werd, nam de WEN deze registratie op vrijwillige basis
over. Nog steeds worden de ECT behandelingen van bij de WEN aangesloten
collega’s vrij volledig gemeld, om op die manier een database te creëren die de
beroepsgroep in staat stelt tot zelfregulatie. Recent is een on-line
elektronische registratiemogelijkheid in gebruik genomen (www.wenweb.nl). Deze
mogelijkheid tot het on-line bijdragen aan een nationale database is vernieuwend
binnen de psychiatrie. Binnen de WEN is consensus bereikt over criteria waaraan
uitvoerders voor ECT dienen te voldoen en over opleidingseisen met betrekking
tot ECT die als bijlage bij de eerder genoemde richtlijn zijn bijgesloten.
Wanneer tijdens de opleiding tot psychiater voldaan wordt aan deze richtlijn
wordt een certificaat uitgereikt aan de opleideling.
De afdeling heeft volgende beleidspunten die zij mede via
de WEN wil realiseren:
- het bestendigen van de positieve beeldvorming rondom ECT
als reguliere behandelmethode binnen de beroepsgroep en in de pers.
- het bevorderen dat elke aios psychiatrie kennis heeft
genomen van de indicaties voor ECT, en de praktische uitvoering daarvan, en in
ieder geval éénmalig (‘live’ dan wel via beeldmateriaal) een ECT heeft
bijgewoond.
- het indienen van een verzoek tot revisie van de in 2000
verschenen richtlijn ECT. Deze richtlijn zal in vergelijking met de oude
richtlijn meer evidence-based moeten zijn en kwaliteitsindicatoren moeten
bevatten.
- het aanpassen van opleidingseisen en kwaliteitscriteria
voor uitvoerders van ECT aan de nieuwe opleidingseisen voor het specialisme
psychiatrie.
- het bindend maken van deze opleidingseisen en het
deelcertificaat ECT.
De Nederlandse Werkgroep ter bevordering van PMU’s (NWPMU)
is opgericht in 2004 en kent momenteel ongeveer 25 actieve participanten.
Ondanks het feit dat deze werkgroep slechts kort bestaat ontwikkelt zij zich
momenteel tot een actief forum voor psychiaters werkzaam op PMU/MPU’s.
Uitwisseling van ervaringen staat momenteel centraal, maar op termijn zal de
NWPMU ook als richtinggevend in dit deelgebied moeten worden, waarbij
kwaliteitscriteria voor PMU/MPU’s opgesteld zullen worden.
De Afdeling heeft volgende beleidspunten die zij mede via
de NWPMU wil realiseren:
- het benadrukken van de relatie tussen lichamelijke en
psychiatrische stoornissen en het propageren van een integrale benadering van de
patiënt binnen de beroepsgroep en in de pers.
- het formuleren van praktische richtlijnen met betrekking
tot het opzetten van PMU/MPU’s en het opstellen van kwaliteitseisen hiervoor.
- het ondersteunen van belangenorganisaties van
verpleegkundigen bij het opzetten van (bij-) scholingsprogramma’s en
(somatische) vaardigheidstrainingen ten behoeve van verpleegkundigen die op een
PMU/MPU (willen gaan) werken.
- het (her-) initiëren van discussie betreffende de
wettelijke kaders (WGBO/BOPZ) waarbinnen in het algemene en academische
ziekenhuis – mede op een PMU/MPU - patiëntenzorg wordt geboden aan mensen die
deze zorg (nog) niet accepteren.